Van tentoonstellingen tot een nieuw Bosmuseum.


De eerste tentoonstelling waaraan de werkgroep meewerkte was een gasttentoonstelling van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in het kader van de Europese dag van de natuur. 

De eerste grote eigen tentoonstelling was "Heide en Ven" in 1970. Het was meteen een schot in de roos. De reconstructie van het heide- en venlandschap werd nog vaak terug opgebouwd. Heel wat mensen en vooral schoolkinderen kregen een deskundige rondleiding langs het landschap, de imkerstand, de stand van de nestkasten enz... Sommigen zullen de start van de film die we dagelijks enkele malen projecteerden nog levendig kunnen voorstellen (De stad. ..) . 

Een jaar later werd deze tentoonstelling, maar in minivorm, op een handelsbeurs
opgesteld. In die tijd reeds maakten we gebruik van de V .V .V.-bar (het oude bosmuseum) om via affiches mensen te interesseren voor de natuur . 

In 1973 volgde een tweede tentoonstelling :"De Rietkraag""- met ook ditmaal een grote belangstelling. Naast het rietlandschap werd er ook aandacht besteed aan de milieuproblemen. Uiterlijk volgt er dan een stille periode. Voor Jos Thijs zijn het steeds drukke jaren geweest. Hij zorgde immers voor de steeds groter wordende verzameling opgezette vogels en andere natuurattributen .Hij is de specialist om in een kleine ruimte zeer veel te plaatsen. Deze verzameling begon reeds voor het ontstaan van de werkgroep maar kreeg een grote impuls na de eerste tentoonstelling .

In 1978 volgde een derde tentoonstelling nl. "Pinnekensweier". De opening was vermoedelijk een van de beruchtste. Oorzaak hiervan was de eigenbereide vlierjenever. Door de niet centrale ligging kenden we hier niet zo ' n groot publiek succes. Intussen keken we uit om ons materiaal permanent tentoon te stellen.

In 1979 kregen we de ideale kans. Het V.V. V. bouwde een nieuw cafetaria zodat de oude V.V.V.-bar vrijkwam. We kochten onmiddellijk het gebouw over van het V.V.V. De geldmiddelen konden we verdienen door dat zomerseizoen de V.V.V.-bar zelf open te houden. Dit dankzij de enorme hulp van Mit en Jef Boeckmans. 
Tijdens de winterperiode werd het interieur van het museum volledig aangepast (o.a. met de hulp van het gemeentebestuur en de middenstand) zodat het volgend jaar het bosmuseum reeds de deuren kon openen. 

Tijdens de eerste acht werkjaren dat het museum open was, veranderde er voortdurend iets: een nieuw landschap, nieuwe kasten, nieuwe aanwinsten, andere schikking enz ... Door de ideale ligging van het gebouw konden we rekenen op ongeveer 5000 bezoekers per jaar. Op zon- en feestdagen haalden we gemiddeld 150 tot 200 bezoekers. Maar ook heel wat scholen en groepen vroegen een bezoek aan het Bosmuseum.

Vanaf het eerste jaar reeds rezen de plannen voor een nieuw Bosmuseum. Het houten gebouw was immers vlug te klein en in een te slechte staat ( vooral de ondergrond ) om als definitief gebouw te kunnen dienen. Enkele jaren werden alle mogelijke oplossingen bekeken en onderzocht. In 1987 kwam er stilaan schot in de plannen. Dankzij de hulp van het gemeentebestuur en het V .V .V. werd gestart met een sponsoractie. Johan Beliën wist onze wensen in een prachtig en zeer praktisch ontwerp te gieten.

Op 25 juni 1993 was het zover het "nieuwe" Bosmuseum werd officieel geopend. Dit kon enkel gebeuren door de steun van Gemeentebestuur, de Provincie, het V.V.V. en natuurlijk de talrijke sponsors.

Op geregelde tijdstippen organiseerde de WET, in samenwerking met verschillende organisaties, gasttentoonstellingen in het Bosmuseum. Zo was er in 1996 de zwaluwententoonstelling van de toenmalige Wielewaal naar aanleiding van de zwaluwinventarisatie. In het jaar 1997 ontvingen we de tentoonstelling 'Fossielen in Limburg', en in 1999 was er de privé-verzameling vlinders van Ludo Elsen te bewonderen.

In het jaar 2000 werd het Bosmuseum nogmaals geopend met een heuse receptie, aanleiding hier toe waren de nieuwe teksten op de panelen in het museum, een nieuwe en frissere lay-out moest alles aantrekkelijker maken. In het klaslokaal werd er dat jaar de tijdelijke tentoonstelling "Op jacht in de nacht" ingericht. 

In 2001 mochten wij in het Bosmuseum onze 100.000 ste bezoeker ontvangen, deze familie uit Meerhout kon dat jaar de tijdelijke tentoonstelling over paddestoelen bezichtigen. 

In 2002 ontvangen we de tijdelijke tentoonstelling "Speuren naar sporen" van het domein kinderboerderij Kiewit.
In de nabij toekomst voorzien we en kleine uitbreiding van het Bosmuseum alsook de creatie van een interactief computer-programma dit in samenwerking met de Technische school THHI uit Tessenderlo met de steun van de Lionsclub.

We hebben 12 gasten en geen leden online